De geschiedenis van het paard

De voorlopers van het paard, de Eohippus en de Epihippus, leefden zo’n 60 miljoen jaar geleden in de bossen van Noord-Amerika. Het waren zoogdieren van ongeveer 45 centimeter groot. Typisch voor deze dieren waren een korte kop en een gebogen rug. De Eohippus en de Epihippus hadden relatief lange poten die heel flexibel waren. Deze dieren hadden nog geen hoeven, maar een soort voetkussentjes. De voeten van de voorpoten hadden vier tenen, deze van de achterpoten hadden er drie.

de Eohippus en de EpihippusDoorheen de tijd evolueerde de aarde, het klimaat en de levensomstandigheden van heel wat diersoorten. Deze natuurlijke evolutie betekende ook dat de Eohippus en de Epihippus mee evolueerden. Zo werd de grond bijvoorbeeld harder waardoor zij hun tenen intenser gingen gebruiken. Ook hun gebit ontwikkelde zich zodat ze nieuwe planten konden eten. Aan elke voet kregen ze drie tenen en hun schofthoogte nam toe. Deze paardachtigen werden Mesohippus en Miohippus geheten.

Naarmate de tijdperken zich opvolgden splitsen deze paardachtigen zich in twee geslachten: de Anchitheriinae en de Equinae. Het is uit dit laatste geslacht dat er zich paardachtigen gingen ontwikkelen die vooral gras aten. Deze werden ook veel groter en hun poten werden langer en slanker. De derde teen waarover deze dieren beschikten ontwikkelde zich tot een hoef. Deze eenhoevige dieren werden Equus geheten. Bi
jzonder interessant om weten is dat deze paardachtigen hoogstwaarschijnlijk zoals de huidige zebra’s gestreept waren. Het geslacht Equus was het enige paardachtige dier dat de ijstijd overleefde. Na de ijstijd bleef het geslacht Equus in Europa en Azië voorbestaan. In Noord-Amerika stierf het dier uit. Het waarom blijft voor wetenschappers tot op de dag van vandaag nog een raadsel.

Onlangs werd er op de website een interessant artikel gepubliceerd over een verre voorouder van het paard. Ten Noordoosten van Mumbai in India, werden enkele jaren terug fossielen opgegraven van een hoefdier die een voorouder blijkt te zijn van de onevenhoevigen waartoe het paard en de ezel behoren. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat het om een dier zou gaan van maar liefst 54,5 miljoen jaar geleden.